Stappenplan

. Natuurbeheer

Hieronder staat het proces van het project beschreven.
Het project bestaat uit drie onderdelen; voorbereiding, uitvoering en afsluiting.

Tijdens de voorbereiding orienteer je je op het gekozen gebied. Met wat voor gebied heb je te maken? Wat zijn de problemen? Je maakt een werkplanning voor het project.
Daarna ga je aan de slag met het bezoeken van het gebied, het maken van een beschrijving en het lezen van het bronnenmateriaal. Het bronnenmateriaal geeft je allerlei achtergrondinformatie nodig voor het maken van een verbinding.
Nadat je je een beeld hebt gevormd van het gebied, de problemen en de mogelijke oplossingen ga je aan de slag met het maken van een ecologische verbinding tussen de natuurgebieden.

Voorbereiding

  1. Indeling groepen
    Samen met twee of drie medeleerlingen vorm je een groepje dat een plan maakt voor een ecologische verbinding tussen twee natuurgebieden. Het kan zijn dat de groepsindeling door de docent bepaald wordt.
  2. Gebiedskeuze
    Maak als groep een keuze voor het gebied waarvoor jullie een ecologische verbinding ontwerpen. De mogelijkheden vind je onder natuurgebieden
  3. Informatie lezen
    Lees de informatie bij het gebied. Oriënteer je globaal op het gebied door het bekijken van de aangeboden bronnen. Vooral de kaarten van het gebied zijn hierbij van belang.
  4. Vragen bedenken
    Welke vragen zijn van belang bij het maken een ecologische verbinding? Waar moet je rekening mee houden? Gebruik dit document voor het opschrijven van de vragen.
    Klik hier voor uitleg over het opstellen van vragen.
  5. Planning
    Maak samen met je groepsgenoten een werkplan. In het kort komt het neer op: Wie doet Wat Wanneer en Hoe? Je vorderingen houd je bij met een logboek. Hierin wordt bijgehouden wat je wanneer hebt gedaan.

Uitvoering

  1. Bronnen lezen
    De bronnen zijn belangrijk voor het beantwoorden van je vragen en voor de inrichting van de ecologische verbinding. De bronnen geven informatie over het gebied, over ecologische verbindingen en over de plaatselijke natuur.  Lees de bronnen door voordat een bezoek aan het gebied gebracht wordt. Hierdoor weet je beter waar je op moet letten in het gebied.
  2. Bezoek aan het gebied
    Tijdens het bezoek aan het gebied maak je, als groep, een gebiedsbeschrijving . Wat zijn de verschillende elementen in het gebied? Welke barrières zijn er allemaal aanwezig? Waar kan de verbinding het beste aangelegd worden? Eventueel kun je met de klas het gebied onder begeleiding van een gids van IVN Oisterwijk bezoeken.
  3. Bronnen zoeken
    Via internet, links of bibliotheek kun je informatie vinden over natuurgebieden, dieren, natuurbeheer etc. Dit kan je helpen bij de inrichting van de ecologische verbinding.
  4. Gebruik museumkoffer
    Veel van de online bronnen zijn beschikbaar in papieren versie in de museumkoffer. Hierdoor heb je gemakkelijk toegang tot de verschillende informatie. Daarnaast vind je in de koffer extra, bruikbare informatie.
  5. Eventueel voer je een interview uit
    Iemand die zich voor zijn beroep bezig houdt met natuur(beheer) weet hier veel vanaf. Hij of zij zou je verder op weg kunnen helpen.

Afsluiting

  1. Vragen beantwoorden en maken inrichtingsplan
    Samen met je groepsgenoten beantwoord je de vragen die jullie hebben opgesteld. Met behulp hiervan kunnen jullie nu het inrichtingplan maken voor de ecologische verbinding. Gebruik hiervoor de kaarten uit de museumkoffer. Schrijf op een apart blad op de motivatie van de gemaakte keuzes.
  2. Presentatie
    Elke groep presenteert haar inrichtingsplan aan de klas. Geef een beschrijving van het gebied, de knelpunten, de bedachte oplossingen en de motivatie hiervoor.
  3. Discussie
    Na de presentaties van de verschillende groepen kan er gediscussieerd worden over de verschillende inrichtingsplannen voor het gebied. Welk inrichtingsplan is goed en welke minder? Waarom?
  4. Inleveren documenten bij docent
    Lever per groep onderstaande documenten in bij de docent.
    • Antwoorden op de vragen
    • Gebiedsbeschrijving
    • Logboek
    • Inrichtingsplan met motivatie
  5. Invullen reactieformulier
    Na afloop van het project vult iedereen het reactieformulier in. Hierin kun je laten weten wat je van het project vindt. Lever het ingevulde formulier in bij de docent.